Het korten op huishoudelijke hulp in de Wet maatschappelijke ondersteuning door gemeenten, levert gemeenten hoge kosten in juridische procedures op. Ieder(in) vindt dat gemeenten die met deze kwesites te maken heeft naar zichzelf moeten kijken. Ze houden zich niet aan de wet en belanden daardoor in langslepende procedures. 

Volgens de wet heb je als het gaat om huishoudelijke hulp, recht op een heldere indicatie in uren. Sommige gemeenten verzaken hierin en gebruiken de omschrijving: ‘activiteiten voor een schoon en leefbaar huis’. Gemeenten noemen dit ‘resultaatgericht indiceren’. Mensen moeten dan vervolgens zelf onderhandelen met een zorgaanbieder over de hoeveelheid uren die nodig zijn.

De hoogste bestuursrechter, de Centrale Raad van Beroep (CRB), is glashelder en keurt deze manier van werken af: ‘Door deze wijze van verstrekken van een maatwerkvoorziening weet verzoeker tot op heden niet op hoeveel uur ondersteuning hij kan rekenen.’ Toch zijn er gemeenten die de uitspraken van de Centrale Raad naast zich neerleggen en afwachten tot de minister duidelijkheid geeft over of ze wel of niet resultaatgericht mogen indiceren.

Lees hieronder verder.

Typ hier uw zoekopdracht om de site te doorzoeken