De vier Noord-Brabantse gemeenten Boxtel, Haaren, Sint Michielsgestel en Vught stoppen per 2020 met resultaatgericht indiceren in de Wmo, meldt Zorgvisie. Het blijkt dat deze methode van inkoop en indiceren tot veel onduidelijkheid leidt bij zorgaanbieders en mensen met een ondersteuningsbehoefte. Wmo-cliënten krijgen weer een uren-indicatie.

Het resultaatgericht indiceren geldt in kringen van cliënten en zorgaanbieders als omstreden. In plaats van een bepaald aantal uren ondersteuning, krijgt een cliënt ondersteuning waarbij het doel leidend is. In de huishoudelijke hulp kan dat bijvoorbeeld een ‘schoon en leefbaar huis’ zijn. Het probleem daarmee ligt voor de hand: over wat schoon of leefbaar precies betekent, kan eindeloos worden gesteggeld. Volgens Zorgvisie zijn zorgaanbieders in de vier Brabantse gemeenten dan ook blij met het besluit. De gemeenten Boxtel, Sint Michielsgestel, en Vught konden het besluit vandaag nog niet aan Binnenlands Bestuur toelichten.

Gemeenten die resultaatgericht indiceren doen dit doorgaans om kosten te besparen en zorg flexibeler in te kunnen zetten. De Centrale Raad van Beroep (CRvB) oordeelde in maart echter dat de gemeente Enschede geen resultaatgerichte indicaties mag stellen zonder daarbij ook een aantal uren op te geven. De gemeente Steenbergen werd eerder door de CRvB op de vingers getikt omdat zij slechts indicaties op basis van een doel stelde zonder daarbij uren toe te kennen. Ondanks die uitspraken wil minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid, Welzijn en Sport, CDA) vasthouden aan het resultaatgericht indiceren. Hij bereidt momenteel een wijziging van de Wmo 2015 voor om ook resultaatgerichte indicaties ‘een plek te geven in de wet.’

Lees hieronder verder.



Bron: Binnenlands bestuur

Externe links:
Vier gemeenten gaan weer indiceren op uren in Wmo



Downloads:



Typ hier uw zoekopdracht om de site te doorzoeken