De invoering van de Participatiewet heeft nauwelijks geleid tot verhoging van de baankansen, terwijl dat wel met de wet werd beoogd. Voor de 440.000 bijstandsgerechtigden heeft de wet amper een verschil gemaakt. Voor mensen die het recht verloren op toegang tot de sociale werkvoorziening daalde de kans op werk. Voor jonggehandicapten met arbeidsvermogen stegen weliswaar de baankansen, maar hun inkomenspositie is verslechterd. Van één regeling aan de onderkant van de arbeidsmarkt is geen sprake.

Onvoldoende prikkels

Dit ontluisterende beeld schetst het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) over de ‘opbrengsten’ van de in 2015 ingevoerde Participatiewet. Het huidige stelsel bevat onvoldoende handvatten, prikkels en garanties om de meest kwetsbare groepen kansen te bieden die met de invoering van de wet werden beoogd. De doelstellingen van de wet zijn niet behaald.

Opstartproblemen

De tegenvallende resultaten zijn onder meer te wijten aan opstartproblemen bij de gemeenten, stelt het SCP in zijn dinsdag verschenen ‘Eindevaluatie van de Participatiewet’. ‘Gemeenten moesten wennen aan hun nieuwe taak en een nieuwe doelgroep’, stelt het SCP. Daarnaast blijken aannames in de wet niet te kloppen met de praktijk. Het uitgangspunt van de Participatiewet was de gedachte dat mensen die een uitkering ontvangen betaald werk kunnen en willen verrichten, mits dat onder de juiste omstandigheden gebeurt, brengt het SCP in herinnering. Niet iedereen is echter in staat om te werken. In de optiek van gemeenten is een groot deel van de doelgroep niet binnen afzienbare tijd in staat om te werken. Ook meer dan 60 procent van de doelgroep van de Participatiewet zelf geeft aan niet in staat te zijn om te werken. De helft daarvan denkt nooit meer te kunnen werken, met name vanwege gezondheidsklachten. De mogelijkheid om aan het werk te gaan is daarmee niet toegenomen sinds de invoering van de Participatiewet, stelt het SCP.

Niet in beeld

Het samenbrengen van verschillende wetten in de Participatiewet heeft niet tot minder complexiteit geleid. ‘In de praktijk blijkt dat van een regeling aan de onderkant van de arbeidsmarkt nog geen sprake is’, aldus het SCP. Een deel van de doelgroep is bovendien niet in beeld. Gemeenten schatten in dat ze gemiddeld een achtste van hun bestand (nog) niet in beeld hebben. In grote gemeenten is dit zelfs twee keer zo hoog. De financieringswijze prikkelt gemeenten om de pijlen te richten op juist de meest kansrijke groep binnen de totale doelgroep van de Participatiewet. De rijksmiddelen zijn door gemeenten vrij te besteden. ‘Als gemeenten op uitkeringen besparen, mogen ze het restant houden en ook vrij besteden.’

Persoonlijke inzet

Een meerderheid van de werkgevers is niet bekend met de instrumenten die gemeenten en werkgevers kunnen inzetten om mensen naar werk te begeleiden. Het gaat daarbij om onder meer loonkostensubsidie, maar ook proefplaatsingen of een jobcoach. Bovendien zijn alleen instrumenten onvoldoende om daadwerkelijke plaatsingen te realiseren. Persoonlijke en continue inzet van alle betrokkenen in de volle breedte van het proces is cruciaal, benadrukt het SCP. Werknemers willen ‘ontzorgd’ worden.

Uitstroom nauwelijks gegroeid

Sinds de invoering van de Participatiewet zijn de baankansen voor ‘klassieke bijstandsgerechtigden’ met acht procent bijna even laag als voor de invoering van de wet (zeven procent). Onder klassieke bijstandsgerechtigden verstaat het SCP met name mensen met onvoldoende inkomen en vermogen om in hun levensonderhoud te voorzien. Voor 2015 vielen zij al − vaak via de Wet werk en bijstand (Wwb) − onder de verantwoordelijkheid van gemeenten. De kans om vanuit de bijstand uit te stromen, is niet noemenswaardig gegroeid; van vijftien procent voor 2015 naar bijna zestien procent daarna. Het gaat daarbij vaak om kleine banen tot twintig uur per week en minder om vaste contracten.

Tijdelijke banen

De Participatiewet heeft ook slecht uitgepakt voor de doelgroep van de Wet sociale werkvoorziening (Wsw), concludeert het SCP. Voor mensen die op de wachtlijst van de Wsw stonden en sinds 2015 onder de Participatiewet vallen, is de kans op werk sinds de invoering van de Participatiewet en de afschaffing van de sociale werkvoorziening gedaald. Bijna vier op de tien mensen van hen kwam uiteindelijk aan het werk. Ook gaat het vaak om tijdelijke banen. ‘Hun uitkeringsafhankelijkheid is groter geworden’, aldus het SCP. Onder de wachtenden die onder de Wsw bleven vallen, varieerde dit percentage van 55 tot 63 procent. Het gaat daarbij minder vaak om banen van minimaal een jaar, dan voor de invoering van de Participatiewet.

Inkomenspositie verslechterd

Voor jonggehandicapten zijn sinds de invoering van de Participatiewet de arbeidskansen wel toegenomen. De inkomenspositie daarentegen is verslechterd. Voor 2015 werkte 29 procent van de achttienjarige Wajongers in het derde jaar na instroom, terwijl dat sinds de invoering van de wet voor 18-jarige vergelijkbare jonggehandicapten vanaf 2015 38 procent is. Met de invoering van de Participatiewet is de Wajong-regeling voor jonggehandicapten afgeschaft. De jonggehandicapten werken vaak in deeltijd en steeds vaker via een tijdelijk contract.

De evaluatie is op verzoek van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) uitgevoerd. De Participatiewet heeft tot doel om zo veel mogelijk mensen aan het werk te helpen, bij voorkeur bij een gewone werkgever; ook mensen met weinig arbeidsvermogen. Ook is de bedoeding van de wet de afhankelijkheid van uitkeringen zo klein mogelijk te maken.



Bron: Binnenlands Bestuur

Externe links:
Participatiewet is mislukt

Typ hier uw zoekopdracht om de site te doorzoeken